HET VEER lll

Ondersteuning en pacht

De weduwe Snoeker wordt na 1878 niet meer ondersteund door het Armbestuur van Zoeterwoude en in die dagen was er geen landelijke sociale zorg. De zorg voor armen was per gemeente geregeld. De kerk was van oudsher ook een belangrijke factor in de ondersteuning van o.a. weduwen en wezen. De Hoge Rijndijk van Zoeterwoude hoorde kerkelijk nog bij Leiderdorp. Uit het Grootboek van de Hervormde gemeente blijkt dat zij vele weduwen en wezen ondersteunden.

Grootboek Hervormde kerk 1875 – Lijst der personen die gedurende het jaar 1875 onderstand hebben genoten. Weduwe Snoeker wordt hier niet genoemd, wel 15 andere weduwen die onderstand ontvingen.

De weduwe Snoeker wordt twee keer genoemd in verband met financiële ondersteuning.. In 1873 ontvangt zij een ‘liefdegift’ ivm het overlijden van haar man en in 1882 een gift van f. 24.- , wat overeen lijkt te komen met de pacht van het veer. De gift houdt mogelijk verband met het huwelijk in 1883 van haar nog inwonende zoon Dirk, die zich dan in Leiderdorp vestigt.

Grootboek Hervormde kerk Leiderdorp 1873 – Liefdegift vrouw Snoeker

De pacht wisselde tijdens het beheer van de fam. Snoeker. In 1844  is de jaarlijkse pacht f.35.- , in 1862 f.30.-,  in 1872 f.20.-  , helaas is voor deze fluctuatie geen reden te vinden, mede door ernstige vochtbeschadiging van de kerkenraadsnotulen uit die tijd. In 1874 staat in het Grootboek dat  wed. Snoeker f.24.- pacht betaalde voor het veer “de Ooievaar’. Ook de eerder genoemde bedragen stammen uit het Grootboek.

Op 11 mei 1891 besluit de Kerkenraad van de Hervormde gemeente dat zij de jaarlijkse pacht willen verhogen van f. 24.- naar f. 40.- . De diaken T. Rijnsburger gaat daarover onderhandelen, dat resulteert in een pacht van f.36.- .
De akte met voorwaarden van 24 september 1891 is bewaard gebleven.
De voorwaarden:

  • 1 ) Zij mocht het veer aan niemand overdoen
    2) Zij moest de schouw (boot) onderhouden, werden er bij de jaarlijkse controle op 1 mei gebreken geconstateerd, dan moest de pachter deze binnen een maand herstellen.Zo niet, dan werd het gedaan op kosten van de pachter.
    3) Als het contract niet werd nagekomen door de pachter, werd het vernietigd.
    Andere regels, die al in het reglement van 1849 worden genoemd:
    A) Alle passagiers moesten aanstonds bediend worden, ook een roepende aan de overkant van de Rijn en er mochten nooit meer dan 6 passagiers tegelijk mee in de boot.
    B) De werktijden waren van één uur voor zonsopgang tot 10 uur ’s avonds alles tegen hetzelfde tarief.
  • C) Ten allen tijde vrijgesteld van betaling waren weeskinderen, de veldwachter en de gemeentebode.
  • De naam van het veer moest in zwarte letters op witte (onder)grond zijn aangegeven.
Tsja, hoe zwaar zou dat geweest zijn vele malen per dag de oversteek over de Rijn, Zoeterwoude -Leiderdorp, maken met een roei- of duwboot ?

Twee jaar na dit contract op 16 juni 1893 wordt diaken  T.Rijnsburger door de Kerkenraad gemachtigd tot de verkoop van het veer ‘de Ooievaar’ zodra de gelegenheid zich voordoet. De reden hiervoor wordt niet genoemd in de notulen. Verkoop lijkt wat merkwaardig zo kort nadat een contract gesloten was met de looptijd ‘zolang zij in staat was het veer te bedienen’. De weduwe was toen 63 jaar en mogelijk verwachtte men niet dat zij nog lang zou doorgaan. Door de notulen van 1896 lijkt dit te worden bevestigd. Vrouw Snoeker verzoekt de pachtprijs van 36.- te verlagen. In de vergadering van de Kerkenraad van december van dat jaar wordt dat verzoek afgewezen met het argument dat zij ieder moment ‘het koordje in het bootje kan gooien en ophouden te pachten. *1

NOTEN

*1 Een volgende pachter zou dan mogelijk ook de verlaagde pacht eisen, zou de reden van de weigering kunnen zijn, er wordt echter geen reden genoemd in de notulen .

Dit blog is auteursrechtelijk beschermd en niet commercieel. Commercieel gebruik of gebruik voor reclame van deze tekst of dit blog is niet toegestaan.

Any commercial use of or use for advertising of this text or this blog is forbidden/not allowed

Tot volgende week !!  Voor eerdere blogs over dit onderwerp kunt u naar beneden scrollen

Dit blog wordt gepubliceerd door www.museum-jcroelandse.com via WordPress

Het Veer II

Uit de periode 1807 tot 1891 zijn geen pachtcontracten bewaard gebleven. Maar uit het Grootboek van de Hervormde kerk Leiderdorp uit die tijd blijkt dat J.Snoeker vanaf 1844 tot aan zijn overlijden in 1872 de pacht voor het veer ‘de Ooievaar ‘ betaalde.

Uit het grootboek van de Hervormde kerk overzicht 1872Tekst o.a. Van J.Snoeker pacht van het veer de Ooyevaar f 20.-

Johannes (Jan) Snoeker (22) trouwde op 28-04-1824 met Margaretha van Dijk (26) .Hij was toen nog viskopersknecht. Margaretha overlijdt op 13-06-1856. Johannes (54)hertrouwt al kort daarna op 03-10-1856 met Geertruida Verra (26) uit Leiden. Geertruida was weduwe en eerder getrouwd geweest met de weduwnaar Jan Verhoogt (36). De twee kinderen, die zij kregen, leefden maar kort en Verhoogt overleed in 1854. In de huwelijksakte van 1852 met haar eerste man, staat als beroep van de toen 21-jarige Geertruida ‘dienstbode’.

De huwelijksakte van Johannes Snoeker en Geertruida Verra vermeldt als beroep  van Geertruida ‘zonder ‘ en van Johannes ‘winkelier’. Dit hoeft niet uit te sluiten dat hij ook veerman was . Het bevolkingsregister geeft alleen het hoogst belastbare beroep weer, dat zal ook bij de trouwakte zo zijn geweest. Jan en Geertruida Snoeker huurden in 1859 een gedeelte van het huis nr.474 naast herberg de Ooievaar in Zoeterwoude voor f 52.- per jaar. Johannes Snoeker bracht uit zijn eerste huwelijk wel enige kinderen mee, de meesten waren echter al getrouwd en uit huis, voordat hun vader een tweede huwelijk (1856) aanging. Zijn jongste dochter Hendrica trouwt in 1866.

Zoeterwoude – Hooge Rijndijk – ansichtkaart uit 1902

Het bevolkingsregister van Zoeterwoude geeft in 1869 dan ook alleen de zeven kinderen van Johannes en Geertruida te zien wonend op Hoge Rijndijk 137 . De kerkelijke gezindheid van het gezin wordt daar vermeld, het is Nederlands Hervormd.
Johannes Snoeker overlijdt op 28-12 -1872. Geertruida wordt vanaf die datum weduwe Snoeker genoemd en is hoofd van het gezin in de boeken. In 1878 woont zij alleen nog met haar zoon Dirk (geb. 1857) en jongste dochter Allegondis (geb. 1871) dan op Hoge Rijndijk 95 in Zoeterwoude.

Vanaf 1873 wordt deze weduwe verantwoordelijk voor de afdracht van de pacht van het veer en is als zodanig terug te vinden in de overzichten van de inkomsten van de diaconie van de Nederlands Hervormde kerk in Leiderdorp. Naast het veer zet zij ook het kruidenierswinkeltje voort.

Aanvankelijk wordt de weduwe Snoeker ondersteund door het Armbestuur van Zoeterwoude. Die steun bestond uit het betalen van de pacht voor het veer. Dit duurt tot 1878 (!) dan houdt het Armbestuur, belast met de armenzorg voor de gemeente Zoeterwoude op te bestaan, omdat Gedeputeerde staten deze post niet langer goedkeurt. Dit heeft tot gevolg dat de pacht voor het veer niet langer vergoed wordt voor de weduwe Snoeker. Gingen de verdiensten van het veer dus aanvankelijk geheel naar de weduwe, nu zou daar de pacht, te betalen aan de Hervormde Kerk van Leiderdorp, vanaf moeten. “Oplossing zoude wezen dat een dergelijke som zou worden uitbetaald voor onderstand van de weduwe Snoeker, waaruit dan de pacht van de Ooyevaar kan worden betaald”: opperde het Armbestuur van Zoeterwoude

Rhijngezicht – Leiderdorp begin 1900

wordt vervolgd

Dit blog is auteursrechtelijk beschermd en niet commercieel. Commercieel gebruik of gebruik voor reclame van deze tekst of dit blog is niet toegestaan.

Any commercial use of or use for advertising of this text or this blog is forbidden/not allowed

Tot een volgende week !!

Dit blog wordt gepubliceerd door www.museum-jcroelandse.com via WordPress