Het veer

‘Leiderdorp’ , een dorp dat alleen maar lang, niet breed is’ : luidde de titel van een artikel uit 1938, Dit dorp rekte zich uit langs de oever van de Rijn en aan de overkant lag Zoeterwoude, al behoorde een stukje van die overkant, de huidige Hoge Rijndijk, kerkelijk nog tot eind 19e eeuw bij Leiderdorp.

Leiderdorp , de lage Rijnzijde of Lage zy ( links ) Zoeterwoude , de hoge Rijnzijde of Hoge zy (rechts )


Er was in Leiderdorp al vele jaren een brug (sinds 1452, *1 ) over de Rijn. Het was, als je aan het andere eind van dat langgerekte dorp woonde, zo ongeveer waar het riviertje de Does de Rijn instroomde, wel een goede 40 minuten lopen naar die brug. Moest je alleen maar naar de overkant van de Rijn, dan was je zeker dubbel zolang onderweg. Vandaar dat er behalve die brug, ook een veer was voor voetgangers, juist daar waar de Does in de Rijn stroomde.

De Hoge brug (over de Does) in Leiderdorp. Langs de Rijn liep het jaagpad voor de trekschuit

Het veer over de Rijn had een aanlegplaats in Leiderdorp naast de Doesbrug/Hooge brug en te Zoeterwoude aan de poort of gang bij de Herberg(Huisinge) de Ooijevaar, die uitzicht had op de monding van de Does bij de Rijn. Het veer werd verpacht en het recht om dit veer te verpachten lag sinds die tijd veelal bij de kerkenraad *2 van de Hervormde kerk, die de opbrengst gebruikte voor de Armenzorg in de gemeente. In de stukken staat het veer bekend als “De Ooijevaar” *3. De veerman, die pacht betaalde moest meer zien te verdienen dan de op te brengen pacht.

Dat de schilder J.C.Roelandse veel van dit veer zal hebben gebruik gemaakt is niet zo waarschijnlijk, want de brug over de Rijn bevond zich niet ver van zijn woning aan de Hoogmadesche weg en hij had in betere tijden wel andere middelen van vervoer zoals motor, een boot en later een brommer en het veer was bedoeld voor voetgangers. Dus dit keer gaat het blog niet over hem.

Toch is de geschiedenis van dat veer wel interessant, ik heb er wat onderzoek naar gedaan in het archief van Erfgoed Leiden. De kerkenraadsnotulen van de Hervormde Kerk in Leiderdorp vermelden 1654 als startdatum voor het veer. De eerst bewaard gebleven akte is echter uit 1676 en is incompleet, maar de latere aktes vermelden naam van de huurder, het bedrag van de pacht en de looptijd en soms ook de voorwaarden.

Er is geen aaneengesloten reeks van aktes tot 1963 *4. In de periode 1727 tot 1742 bijv. zijn er geen aktes bekend. Wel is bekend uit die periode dat in 1736 Hendrik van Schaik, bewoner van de herberg de Ooievaar *3 te Zoeterwoude, eigenaar van het pachtrecht werd. Het was voor hem en zijn kinderen, zolang zij ‘in den huisinge den Oyevaar woonden ‘ De pacht hiervoor was 67 gulden per jaar. Maar in 1742 doet hij weer afstand van dat recht omdat “het hem schade deed”, hij werd er niet veel wijzer van. Daarom stelde van Schaik het pachtrecht weer in handen van de burgemeester van Leiden, die ook ambachtsheer van Leiderdorp was. De toenmalige schout en secretaris van Leiderdorp ondertekenden het contract en kregen opdracht het veer weer te verhuren aan een ander ten behoeve van de armen van Leiderdorp.

Het is van belang onderscheid te maken tussen eigenaars van het pachtrecht (die daarvoor betaalden) en de praktische uitvoerder, de veerman. Dat werd in 1742 Jan van de Genugten voor 60 gulden per jaar, ook huurde hij een huisje, nabij de herberg de Ooievaar in Zoeterwoude. Dat was nodig, want de veerman moest kunnen worden aangeroepen vanaf de overkant, als zijn diensten gewenst waren..

De Rijn bij Leiderdorp rond 1900

. De looptijd van de aktes verschilt, soms 2 jaar, soms 5 jaar en in het contract van 1891 met de weduwe Snoeker staat als looptijd ‘zolang zij in staat is het veer te bedienen ‘. Maar daarover in een volgend blog over 1 of 2 weken…….

Noten

*1 In 1574 (beleg Leiden) werd de brug verwoest en vervangen door een veer tot er in 1664 een nieuwe brug werd gebouwd.Sinds die tijd lag er tot 1964 steeds een brug op die plaats, daarna werd er gekozen voor een andere plek voor de (nieuwe) brug.

*2 De kerkenraad nam de beslissingen, toezicht en controle door 2 regenten vd gemeente en 2 diakenen van het Weeshuis van de Hervormde kerk, halverwege de 19e eeuw werden het 4 diakenen, het eigenlijke werk deed de veerman en een heel enkele keer een veervrouw.

*3 De naam van het veer wordt in de loop der tijd op meerdere manieren geschreven (bijv. Oijevaar, Oyevaar, Ooyevaar) , behoudens citaat wordt de huidige spelling aangehouden.

*4 De datum dat het veer werd opgeheven.

Dit blog is auteursrechtelijk beschermd en niet commercieel. Commercieel gebruik of gebruik voor reclame van deze tekst of dit blog is niet toegestaan.

Any commercial use of or use for advertising of this text or this blog is forbidden/not allowed

Tot een volgende keer !!

Dit blog wordt gepubliceerd door www.museum-jcroelandse.com via WordPress

Winter 1962 -1963

De bevroren Noordzee winter 1962-1963

J.C.Roelandse zei al eens in een interview * 1 dat de winter niet zijn favoriete seizoen was. De dagen waren dan zo kort dat het niet de moeite loonde er op uit te gaan en ook zullen de weersomstandigheden daaraan niet bijgedragen hebben. Of zoals hij dat zelf verwoorde in dat interview: “Je loopt maar met je ziel onder je arm,het is pas laat licht en vroeg donker”. Dus de lange koude winter van 1962 -1963, die begon op 20 december en pas eindigde 8 maart eindigde, zal onze kunstenaar niet licht gevallen zijn. De schilder was toen 74 en hoewel hij een fit en actief persoon was, zal het toch niet hetzelfde zijn geweest als toen hij 20 was. Weliswaar had Roelandse zijn atelier op een bovenkamer in z’n huis, maar dat was niet echt zijn werkplek, bij voorkeur schilderde hij buiten. En mogelijk was het op dat atelier ook koud, want het huis had alleen een gaskachel in de woonkamer en niet zoals nu gebruikelijk is, verwarming door het hele huis Er zullen die winter veel dagen zijn geweest dat je echt niet naar buiten kon. Je ziet hem daar zo zitten voor het raam met van binnen die innerlijke strijd die veel mensen wel kennen als ze zich bijv. ziek voelen, maar toch denken zou ik toch niet naar mijn werk kunnen ?

Nu zult u zeggen, de man kreeg toch zeker AOW? Hij hoefde toch niet zoveel? Ja, dat klopt en hij had daarbij nog aanvullende BKR, wat zijn AOW verdubbelde *2 .Dus best een mooi inkomen, maar bij een kunstenaar knaagt soms opeens het gevoel er moet gecreëerd worden. Kan dat niet nu? Toch nog even naar buiten, kladblok en tekenpotlood mee, de oude lange motorjas aan. Een snijdende koude wind, nee, dat ging echt niet of nou ja, dat huis aan de overkant, een snelle schets. Hij vergat even de kou. Het huis en omgeving stond er snel op. Brr..snel weer naar de kachel….Hmm, nog wat bijwerken met wit krijt.

Van Leeuwenpark -Leiderdorp -J.C.Roelandse conté potlood en wit krijt

Daar zou wel een aardig schilderij van te maken zijn, morgen maar, want het begon al te donkeren. De volgende morgen was hij vroeg op, om zodra het licht goed genoeg was aan de slag te gaan. Eenmaal zover keek hij toch weer anders tegen de tekening aan en had hij zo ’n 10 jaar geleden ook al niet eens zoiets geschilderd? *3 Somber keek hij uit het raam de Kastanjelaan in. Plots kreeg hij een idee! Ja, dat was wel aardig, een schilderij waardig Zo kon hij toch aan het werk, lekker bij de warme kachel.

Zicht op van Leeuwenpark en Kastanjelaan Leiderdorp – Winter 1962 -1963 – J.C.Roelandse Maroufle

U kunt zich natuurlijk bij die titel Zicht op de Kastanjelaan en van Leeuwenpark enkele vragen stellen . Voor de trouwe lezers : 1) Het van Leeuwenpark ziet er toch anders uit op het eerdere schilderij? 2) Hoe weet je dat de tekening bij het schilderij uit 62 -63 hoort ?

Ik geef u het antwoord niet gelijk, maar u kunt even puzzelen .

Voor de eerste vraag:

Van Leeuwenpark Leiderdorp 1951 – J.C.Roelandse
detail schilderij Kastanjelaan in de sneeuw 1937 – J.C.Roelandse

Antwoord : De Kastanjelaan ligt eigenlijk rechts van het van het van Leeuwenpark, maar Roelandse heeft op het schilderij van 62-63 dit stukje Kastanjelaan aan de linkerkant van het huis van het van Leeuwenpark gezet, zo te zien. Het schilderij van 1951 is een correcte weergave van het van Leeuwenpark te Leiderdorp.

Voor de tweede vraag:

detail 1 -tekening
detail 2 schilderij 1951
detail 3 schilderij 1962-63

Antwoord 2 : De bovenkant van de schoorsteen detail 1 en 3 is gelijk, waardoor de tekening meer overeenkomt met het schilderij 62-63 dan met het werk uit 1951.

Noten

*1 Dagblad Het Vrije Volk 04-04-1953

*2 Beeldende KunstenaarsRegeling – Roelandse kreeg tot 1966 een aanvulling op zijn AOW uit die Regeling.

*3 In 1951 leverde J.C.Roelandse een werk in, in het kader van de BKR, ik publiceerde eerder een blog, hierover.

Dit blog is auteursrechtelijk beschermd en niet commercieel. Commercieel gebruik of gebruik voor reclame van tekst of deze foto ’s is niet toegestaan.

Any commercial use of or use for advertising of this pictures or tekst in these blogs is forbidden/not allowed

Tot een volgende keer !!

Dit blog wordt gepubliceerd door www.museum-jcroelandse.com via WordPress